Bevergeilolie

(fragment uit: De bastaard van Mal Abrigo)


(Na het arriveren van een dokter in Mal Abrigo)

‘De wetenschap is gearriveerd,’ fluisterde Marta in trance. De wetenschap was een communist die een rustiger plekje opzocht.

Marta wilde zich voortplanten, ze hoefde geen romance met de wetenschap, laat staan een langduri­ge relatie of iets dergelijks. Ze wilde alleen wat in wetenschap geweekt zaad. Ze was al bijna zesentwintig jaar en wist ze dat ze zich niet veel kieskeurigheid meer kon veroorloven. Dokter Romero was de beste kans die zich in Mal Abrigo kon voordoen. Over de sporen van inteelt, die onder de bevolking sluimerden, zou ze zich ook geen zorgen hoeven maken. Toen ze zijn kindje zag wist ze het zeker. De kleine Gerardo Romero was een gezonde baby van één jaar. Hij keek pienter uit zijn ogen die leken te vragen om een broertje, eentje die net als hij pienter uit de oogjes keek. Pienterder dan die dorpssufferds die haar niet eens durfden na te fluiten denkend dat ze hek­senkracht bezat. Marta bezat maar twee dingen: een kaar­sen­winkel en weten­schap.

‘Ik ben het bijgeloof in Mal Abrigo,’ had ze zich bij de dokter geïntroduceerd, ‘ik heb begrepen dat u de wetenschap bent.’ Ze wachtte om te zien of hij zijn vaardigheden, zoals beleefdheid, nog beheerste. Hij kon haar tegenspreken, zeggen dat haar werkterrein allang niet meer als bijgeloof werd beschouwd, dat ze collega’s waren maar dokter Romero staarde haar aan alsof dat zijn laatste vaardigheid was en dat was ook goed.

‘Ik hoop dat wetenschap en bijgeloof elkaar in dit dorp niet zullen bijten,’ zei ze en toen was het wachten tot ze op haar vruchtbaarst was. Ze baadde zich in rozenwater, smeerde zich in met bevergeilolie en gebruikte meer dan nodig van haar hemelse pommade. Zo toog ze naar de praktijk. Dokter Romero had haar niet verwacht, hij werkte niet op afspraak.

‘Dokter,’ had ze hem toegesproken, ‘met alle respect voor u en uw gezin (punt) Ik ben een al­leenstaande vrouw en dat wil ik graag zo houden (punt) Ik wil echter wel een kind (punt) (stilte). Ik vroeg mij af of u bereid zou zijn daarvoor te zorgen (punt)’

‘Maar natuurlijk,’ glimlachte de dokter staand bij het raam, alsof hij haar liever van een afstand bekeek, ‘met genoegen, sinds wanneer bent u zwanger?’

‘Ik ben nog niet zwanger,’ glimlachte ze, ‘daarom vraag ik of u mij daarbij wilt helpen.’

Ze kon hem zien denken, en weer helemaal opnieuw. Kunstmatige inseminatie was destijds geen dagelijks gebruik en in de provincie Dolores was het al helemaal nooit voorgekomen. Dokter Romero knikte vriendelijk en liet het daarbij. ‘Ik wil dat het kind van u is,’ maakte ze duidelijk.

Dokter Romero ging zitten. Als al haar trucjes gewerkt hadden had hij haar in zijn dromen hele legioenen kinderen gege­ven. Als het goed was dacht hij aan haar lichaam als hij met zijn vrouw in bed lag en ontwaakte hij in natte dromen alsof hij vijftien was.

‘Hoe lang wilt u dat al?’ vroeg hij tot Marta’s grote tevre­den­heid: dat was een zeer wetenschap­pelijke vraag.

‘Sinds ik wist dat u zou komen en zeker nadat ik u en uw zoon zag.’

‘Denkt u aan kunstmatige inseminatie?’ vroeg hij.

‘Betekent dit dat u het doet?’ Ze wachtte niet op zijn antwoord. Ze wist allang dat hij het ging doen.

‘Nee,’ zei ze, ‘ik denk niet dat kunstmatige insemi­na­tie veel goeds voor de ziel doet.’ Dokter Romero mompelde dat hij zich daarin, al wist hij niet waarom, wel kon vinden.

‘Ik wil een intelligent en gezond kind. Dat is alles. Ik zal hem goed opvoeden. Hij zal niet weten dat u zijn vader bent. Ik zal u nooit met hem lastig vallen. Hij zal mijn achternaam dragen. Ik zal u niet opgeven als de vader, niemand zal het weten, dat beloof ik. Zelfs het kind niet. Ik vertel het dat de vader dood is of zoiets. Ik bedenk wel iets. Iets goeds. Op mijn woord.’ Ze keek hem aan of ze klaar was en op ant­woord wachtte. De dokter dacht na. Marta wist toen nog niet dat zijn zoon bij de geboorte de helft van een tweeling was geweest, een Siamese. Ze hadden een aanzienlijk deel van de ingewanden gedeeld. Er moest binnen 48 uur gekozen worden. Allebei laten sterven of een van het geheel lossnijden.

Marta merkte wel dat een dikke, nevelige, somberheid over de dokter was neergedaald. Welk luik hij ook geopend had: het moest dicht.

‘Ik ben nu vruchtbaar,’ zei ze. Hij keek haar aan en begon te begrijpen waar ze op afstevende. Het luik piepte dicht. Zijn ademhaling versnelde een beetje. ‘Hoe sneller we het doen, hoe sneller we het verge­ten,’ zei ze. Dokter Romero had “nee” willen zeggen maar zijn mond kreunde ‘kom hier’.